BWBR0002553
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 10
Liquidatiewet ongevallenwetten
1. Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 4, 5of 6, heeft - onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>en in artikel 17- indien hij op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin een jaar na het ongeval, ter zake waarvan bedoelde uitkering is verleend, is verstreken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, niet heeft bereikt, geen recht meer op die uitkering met ingang van de dag, volgende op de laatste dag van eerderbedoeld jaar.
2. Het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 7van degene, die op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, niet heeft bereikt, wordt omgezet, hetzij in een recht op een uitkering overeenkomstig het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, hetzij in een recht op een afkoopsom als bedoeld in artikel 17.
3. Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 7en op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, heeft bereikt, behoudt dat recht, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.
2. Het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 7van degene, die op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, niet heeft bereikt, wordt omgezet, hetzij in een recht op een uitkering overeenkomstig het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, hetzij in een recht op een afkoopsom als bedoeld in artikel 17.
3. Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 7en op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, heeft bereikt, behoudt dat recht, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.