BWBR0002537
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 16
Uitkeringsregeling 1966
1. Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend, en die uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn bezoldiging, wordt de verdere uitvoering van dit besluit opgeschort tot het einde van het tijdvak waarover die aanspraak bestaat.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
3. Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend en die zich ingevolge wettelijke verplichting in militaire dienst bevindt of moet begeven, wordt de verdere uitvoering van dit besluit voor de duur van de militaire dienst opgeschort.
4. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de betrokkene is tewerkgesteld als gewetensbezwaarde in de zin van artikel 9 van de Wet Gewetensbezwaren militaire dienst.
2. Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing in het geval doorbetaling van bezoldiging plaatsvindt op grond van artikel 95, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
3. Ten aanzien van de betrokkene aan wie uitkering is toegekend en die zich ingevolge wettelijke verplichting in militaire dienst bevindt of moet begeven, wordt de verdere uitvoering van dit besluit voor de duur van de militaire dienst opgeschort.
4. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de betrokkene is tewerkgesteld als gewetensbezwaarde in de zin van artikel 9 van de Wet Gewetensbezwaren militaire dienst.