BWBR0002518
Geldig vanaf 2003-08-28
Artikel 17
Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering
1. De inschrijving bij een ziekenfonds geldt voor één kalenderjaar. Indien een inschrijving anders dan per 1 januari tot stand is gekomen, geldt de inschrijving tot en met 31 december van het volgende kalenderjaar.
2. De inschrijving wordt na verloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, alsmede telkens na verloop van de overeenkomstig dit lid verlengde termijn, verlengd met één kalenderjaar, tenzij vóór de dag waarop die termijn is verstreken, de verzekerde schriftelijk heeft meegedeeld na afloop van die termijn de inschrijving niet te willen verlengen.
3. Het ziekenfonds kan in een reglement een termijn opnemen die de verzekerde in acht moet nemen bij het doen van een mededeling als bedoeld in het tweede lid. Deze termijn bedraagt ten hoogste twee maanden.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving, nadat de verzekerde daarom schriftelijk heeft verzocht, met ingang van de eerste dag van de volgende kalendermaand, indien het verzoek is ingediend binnen twee maanden na de dag:
a. waarop het ziekenfonds de verzekerde mededeling heeft gedaan van een wijziging van de door hem verschuldigde nominale premie;
b. met ingang waarvan de verzekerde niet langer behoort tot een categorie van verzekerden voor wie ingevolge artikel 5, eerste lid, laatste volzin, van de Ziekenfondswet een ziekenfonds is aangewezen waarbij hij zich dient in te schrijven of;
c. met ingang waarvan de verzekerde in aansluiting op medeverzekering ingevolge artikel 4 van de Ziekenfondswet uit eigen hoofde verzekerd is geworden.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving van een verzekerde of medeverzekerde met ingang van de dag waarop bij of krachtens de wet inschrijving bij dat ziekenfonds niet of niet langer is toegestaan.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving als medeverzekerde met ingang van de dag waarop de inschrijving van degene op wiens verzekering zijn medeverzekering steunt, wordt beëindigd.
2. De inschrijving wordt na verloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, alsmede telkens na verloop van de overeenkomstig dit lid verlengde termijn, verlengd met één kalenderjaar, tenzij vóór de dag waarop die termijn is verstreken, de verzekerde schriftelijk heeft meegedeeld na afloop van die termijn de inschrijving niet te willen verlengen.
3. Het ziekenfonds kan in een reglement een termijn opnemen die de verzekerde in acht moet nemen bij het doen van een mededeling als bedoeld in het tweede lid. Deze termijn bedraagt ten hoogste twee maanden.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving, nadat de verzekerde daarom schriftelijk heeft verzocht, met ingang van de eerste dag van de volgende kalendermaand, indien het verzoek is ingediend binnen twee maanden na de dag:
a. waarop het ziekenfonds de verzekerde mededeling heeft gedaan van een wijziging van de door hem verschuldigde nominale premie;
b. met ingang waarvan de verzekerde niet langer behoort tot een categorie van verzekerden voor wie ingevolge artikel 5, eerste lid, laatste volzin, van de Ziekenfondswet een ziekenfonds is aangewezen waarbij hij zich dient in te schrijven of;
c. met ingang waarvan de verzekerde in aansluiting op medeverzekering ingevolge artikel 4 van de Ziekenfondswet uit eigen hoofde verzekerd is geworden.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving van een verzekerde of medeverzekerde met ingang van de dag waarop bij of krachtens de wet inschrijving bij dat ziekenfonds niet of niet langer is toegestaan.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid beëindigt een ziekenfonds de inschrijving als medeverzekerde met ingang van de dag waarop de inschrijving van degene op wiens verzekering zijn medeverzekering steunt, wordt beëindigd.