BWBR0002518
Geldig vanaf 2003-08-28
Artikel 14
Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering
1. De verzekerden, de medeverzekerden, de werkgevers en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenalsmede de gewezen verzekerden, de gewezen medeverzekerden en de gewezen werkgevers zijn gehouden een ziekenfonds tijdig alle inlichtingen te verstrekken, desverlangd schriftelijk, die het ziekenfonds behoeft voor een goede uitvoering van de verzekering.
2. De bij een ziekenfonds ingeschreven verzekerden zijn gehouden aan dat ziekenfonds de voor de beoordeling van de inschrijving benodigde inlichtingen te verstrekken en - desverlangd - de aan hen op grond van de artikelen 4, eerste lid, en 12, verstrekte verklaringen dan wel de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, zo spoedig mogelijk te doen toekomen.
3. Degenen, die bij een ziekenfonds zijn ingeschreven, zijn verplicht dit ziekenfonds, terstond in kennis te stellen van feiten of omstandigheden, welke tot beëindiging van de inschrijving als verzekerde of medeverzekerde leiden.
4. De kennisgevingen, bedoeld in het vorige lid, dienen uiterlijk in de week na die, waarin de bedoelde feiten of omstandigheden zich voordeden, aan het ziekenfonds te worden gedaan.
5. Het College zorgverzekeringen kan bepalen dat het ziekenfonds een kaart afgeeft aan de verzekerde, welke de verzekerde ter voldoening aan de hem in het eerste en derde lid opgelegde verplichting, terstond ingevuld terugzendt aan het ziekenfonds.
2. De bij een ziekenfonds ingeschreven verzekerden zijn gehouden aan dat ziekenfonds de voor de beoordeling van de inschrijving benodigde inlichtingen te verstrekken en - desverlangd - de aan hen op grond van de artikelen 4, eerste lid, en 12, verstrekte verklaringen dan wel de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, zo spoedig mogelijk te doen toekomen.
3. Degenen, die bij een ziekenfonds zijn ingeschreven, zijn verplicht dit ziekenfonds, terstond in kennis te stellen van feiten of omstandigheden, welke tot beëindiging van de inschrijving als verzekerde of medeverzekerde leiden.
4. De kennisgevingen, bedoeld in het vorige lid, dienen uiterlijk in de week na die, waarin de bedoelde feiten of omstandigheden zich voordeden, aan het ziekenfonds te worden gedaan.
5. Het College zorgverzekeringen kan bepalen dat het ziekenfonds een kaart afgeeft aan de verzekerde, welke de verzekerde ter voldoening aan de hem in het eerste en derde lid opgelegde verplichting, terstond ingevuld terugzendt aan het ziekenfonds.