BWBR0002515
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 1a
Wet op de dividendbelasting 1965
1. De gerechtigdheid, bedoeld in artikel 1, eerste lid, tot de opbrengst van aandelen die behoren tot een soort die is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezichtof een met een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht vergelijkbaar systeem dat gelegen of werkzaam is in een staat die geen lidstaat van de Europese Unie is, wordt bepaald op het moment, bedoeld in het tweede lid.
2. De gerechtigdheid wordt bepaald op het moment aan het eind van de werkdag op de door de uitgevende instelling vastgestelde datum (registratiedatum) waarop de uit de aandelen voortvloeiende rechten worden vastgesteld op basis van de afgewikkelde posities, zoals die zijn vastgelegd in de administratie van de centrale effectenbewaarinstelling van de uitgevende instelling of van een andere door de uitgevende instelling aangewezen eerste tussenpersoon die de aandelenregisters van de uitgevende instelling bijhoudt.
2. De gerechtigdheid wordt bepaald op het moment aan het eind van de werkdag op de door de uitgevende instelling vastgestelde datum (registratiedatum) waarop de uit de aandelen voortvloeiende rechten worden vastgesteld op basis van de afgewikkelde posities, zoals die zijn vastgelegd in de administratie van de centrale effectenbewaarinstelling van de uitgevende instelling of van een andere door de uitgevende instelling aangewezen eerste tussenpersoon die de aandelenregisters van de uitgevende instelling bijhoudt.