BWBR0002496
Geldig vanaf 1967-01-26
Artikel 4
Besluit inzake vlees uit andere lid-staten
1. Degene die zich partijen vlees rechtstreeks laat toezenden waarop artikel 3avan toepassing is, is verplicht voorafgaande aan de toezending, zich te laten registreren bij de door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen autoriteit.
2. Degene die zich een partij vlees rechtstreeks laat toezenden en geregistreerd is als bedoeld in het eerste lid, dient nadat de partij vlees op Nederlands grondgebied is gebracht, voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verhandeling of verdeling van de partij vlees, een controle te verrichten op de aanwezigheid van de krachtens richtlijn no. 64/433/EEG, onderscheidenlijk indien het gehakt vlees betreft, krachtens richtlijn no. 94/65/EG vereiste merken en certificaten of andere documenten en dient de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van nalatigheden of onregelmatigheden.
3. Een partij vlees die bestemd is voor Nederland en die op Nederlands grondgebied is gebracht, kan op de plaats van bestemming steekproefsgewijs en op niet discriminerende wijze worden gecontroleerd of zij voldoet aan het bepaalde in artikel 3en 6, tweede lid.
4. Een partij vlees die bestemd is voor een andere lid-staat en die op Nederlands grondgebied is gebracht kan, indien er een ernstig vermoeden bestaat dat het vlees niet overeenkomstig de bepalingen krachtens richtlijn no. 64/433/EEG, onderscheidenlijk indien het gehakt vlees betreft, krachtens richtlijn no. 94/65/EG, in het intracommunautaire handelsverkeer is gebracht, tijdens het vervoer worden gecontroleerd op de aanwezigheid van krachtens deze richtlijnen vereiste merken en certificaten of andere documenten, alsmede of aan de overige bepalingen van de desbetreffende richtlijn is voldaan.
5. Indien de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde controles daartoe aanleiding geven, wordt het vlees aan een materiële controle onderworpen.
6. De controles bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, worden verricht door een krachtens artikel 27, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar, die zich bij de uitoefening van de controles kan laten bijstaan door één of meer personen als bedoeld in artikel 25, laatste zinsnede, van de wet.
7. Degene die vlees onder zich heeft is verplicht medewerking te verlenen aan de in het derde, vierde en vijfde lid bedoelde controles, indien de hiertoe aangewezen ambtenaar of de hiertoe aangewezen personen hierom verzoeken.
8. Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij nadere regels stellen met betrekking tot de registratie bedoeld in het eerste lid en de controles bedoeld in het tweede, derde, vierde en vijfde lid, alsmede met betrekking tot de opslag en het vervoer van vlees, dat ingevolge artikel 6niet verder in de handel mag worden gebracht.
2. Degene die zich een partij vlees rechtstreeks laat toezenden en geregistreerd is als bedoeld in het eerste lid, dient nadat de partij vlees op Nederlands grondgebied is gebracht, voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verhandeling of verdeling van de partij vlees, een controle te verrichten op de aanwezigheid van de krachtens richtlijn no. 64/433/EEG, onderscheidenlijk indien het gehakt vlees betreft, krachtens richtlijn no. 94/65/EG vereiste merken en certificaten of andere documenten en dient de bevoegde autoriteit in kennis te stellen van nalatigheden of onregelmatigheden.
3. Een partij vlees die bestemd is voor Nederland en die op Nederlands grondgebied is gebracht, kan op de plaats van bestemming steekproefsgewijs en op niet discriminerende wijze worden gecontroleerd of zij voldoet aan het bepaalde in artikel 3en 6, tweede lid.
4. Een partij vlees die bestemd is voor een andere lid-staat en die op Nederlands grondgebied is gebracht kan, indien er een ernstig vermoeden bestaat dat het vlees niet overeenkomstig de bepalingen krachtens richtlijn no. 64/433/EEG, onderscheidenlijk indien het gehakt vlees betreft, krachtens richtlijn no. 94/65/EG, in het intracommunautaire handelsverkeer is gebracht, tijdens het vervoer worden gecontroleerd op de aanwezigheid van krachtens deze richtlijnen vereiste merken en certificaten of andere documenten, alsmede of aan de overige bepalingen van de desbetreffende richtlijn is voldaan.
5. Indien de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde controles daartoe aanleiding geven, wordt het vlees aan een materiële controle onderworpen.
6. De controles bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, worden verricht door een krachtens artikel 27, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar, die zich bij de uitoefening van de controles kan laten bijstaan door één of meer personen als bedoeld in artikel 25, laatste zinsnede, van de wet.
7. Degene die vlees onder zich heeft is verplicht medewerking te verlenen aan de in het derde, vierde en vijfde lid bedoelde controles, indien de hiertoe aangewezen ambtenaar of de hiertoe aangewezen personen hierom verzoeken.
8. Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij nadere regels stellen met betrekking tot de registratie bedoeld in het eerste lid en de controles bedoeld in het tweede, derde, vierde en vijfde lid, alsmede met betrekking tot de opslag en het vervoer van vlees, dat ingevolge artikel 6niet verder in de handel mag worden gebracht.