BWBR0002494
Geldig vanaf 01-01-1975
Artikel 2
Besluit bedrijfsspaarregelingen
1. Een premiespaarregeling moet voorzien in uitkeringen - hierna te noemen: spaarpremies - die door de werkgever worden gedaan naar gelang van door hem van de werknemer op diens verzoek ingehouden besparingen - hierna te noemen: ingehouden spaargelden.
2. De spaarpremie mag over ieder kalenderjaar waarin de werknemer overeenkomstig de regeling heeft gespaard, niet meer bedragen dan f 750.
3. Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde maximum wordt de spaarpremie toegerekend aan het kalenderjaar waarin de ingehouden spaargelden ter zake waarvan de spaarpremie is toegekend, op de in artikel 3, eerste lid, bedoelde spaarrekening zijn bijgeschreven.
4. Ingehouden spaargelden ter zake waarvan een spaarpremie is toegekend komen niet nogmaals voor een spaarpremie in aanmerking.
2. De spaarpremie mag over ieder kalenderjaar waarin de werknemer overeenkomstig de regeling heeft gespaard, niet meer bedragen dan f 750.
3. Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde maximum wordt de spaarpremie toegerekend aan het kalenderjaar waarin de ingehouden spaargelden ter zake waarvan de spaarpremie is toegekend, op de in artikel 3, eerste lid, bedoelde spaarrekening zijn bijgeschreven.
4. Ingehouden spaargelden ter zake waarvan een spaarpremie is toegekend komen niet nogmaals voor een spaarpremie in aanmerking.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002494
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl