BWBR0002485
Geldig vanaf 1965-07-01
Artikel 7
Instellingsbesluit bedrijfschap lederindustrie
1. Behoudens het in het tweede en derde lid bepaalde worden de heffingen, bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatiedoor het bedrijfschap opgelegd naar de volgende grondslagen:
a. het bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf gedurende een bepaald tijdvak verloonde bedrag;
b. de gedurende een bepaald tijdvak bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf bereikte omzet, uitgedrukt in geld,
met dien verstande, dat zowel naar een van beide als naar beide grondslagen kan worden geheven.
2. Als basisheffing kan een periodieke heffing worden opgelegd tot een bedrag dat voor allen die ondernemingen drijven waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar de grondslag die het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
a. het bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf gedurende een bepaald tijdvak verloonde bedrag;
b. de gedurende een bepaald tijdvak bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf bereikte omzet, uitgedrukt in geld,
met dien verstande, dat zowel naar een van beide als naar beide grondslagen kan worden geheven.
2. Als basisheffing kan een periodieke heffing worden opgelegd tot een bedrag dat voor allen die ondernemingen drijven waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar de grondslag die het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.