BWBR0002485
Geldig vanaf 1965-07-01
Artikel 3
Instellingsbesluit bedrijfschap lederindustrie
1. Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling van de volgende onderwerpen:
a. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
b. de aanstelling en het ontslag van personeel;
c. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden en daarmede verband houdende aangelegenheden;
d. de administratie van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de naleving van verordeningen betreffende de onder a en c genoemde onderwerpen;
e. de registratie van de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
f. het verstrekken van gegevens ten behoeve van de uitvoering van en het toezicht op de naleving van verordeningen van het bedrijfschap, alsmede ten behoeve van het vaststellen van heffingen;
g. de inzage van boeken en bescheiden van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voorzover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de juistheid van verstrekte gegevens als bedoeld onder f, welke niet worden gestaafd door een verklaring van een deskundige die aan door het bestuur van het bedrijfschap te stellen eisen voldoet, of voor het verkrijgen van gegevens die in strijd met een verordening van het bedrijfschap niet zijn verstrekt.
2. Een verordening betreffende het in het eerste lid, onder c, genoemde onderwerp wordt niet vastgesteld dan nadat een door het bestuur van het bedrijfschap in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Ten minste een maand vóór de instelling van de commissie maakt het bestuur zijn voornemen daartoe bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. Het bestuur draagt zorg, dat de verschillende groepen van afnemers van leder, die bij de voorgenomen regeling zijn betrokken, mede in de commissie zijn vertegenwoordigd. Van afwijkende gevoelens van een minderheid in de commissie wordt in het advies desverlangd melding gemaakt. Het advies wordt overgelegd bij het inzenden van de verordening ter goedkeuring.
a. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
b. de aanstelling en het ontslag van personeel;
c. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden en daarmede verband houdende aangelegenheden;
d. de administratie van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de naleving van verordeningen betreffende de onder a en c genoemde onderwerpen;
e. de registratie van de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
f. het verstrekken van gegevens ten behoeve van de uitvoering van en het toezicht op de naleving van verordeningen van het bedrijfschap, alsmede ten behoeve van het vaststellen van heffingen;
g. de inzage van boeken en bescheiden van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voorzover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de juistheid van verstrekte gegevens als bedoeld onder f, welke niet worden gestaafd door een verklaring van een deskundige die aan door het bestuur van het bedrijfschap te stellen eisen voldoet, of voor het verkrijgen van gegevens die in strijd met een verordening van het bedrijfschap niet zijn verstrekt.
2. Een verordening betreffende het in het eerste lid, onder c, genoemde onderwerp wordt niet vastgesteld dan nadat een door het bestuur van het bedrijfschap in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Ten minste een maand vóór de instelling van de commissie maakt het bestuur zijn voornemen daartoe bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. Het bestuur draagt zorg, dat de verschillende groepen van afnemers van leder, die bij de voorgenomen regeling zijn betrokken, mede in de commissie zijn vertegenwoordigd. Van afwijkende gevoelens van een minderheid in de commissie wordt in het advies desverlangd melding gemaakt. Het advies wordt overgelegd bij het inzenden van de verordening ter goedkeuring.