BWBR0002474
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 53
Mijnreglement 1964
1. Van elke schacht moet op een schaal, die niet kleiner dan 1 : 100 mag zijn, een langsdoorsnede worden vervaardigd, waarop zijn aangegeven de aard van:
a. de doorsneden gesteentelagen;
b. de schachtbekleding;
c. de voorwerpen, die vast in de schacht zijn geplaatst;
d. de hoogteligging ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil van het maaiveld, van de grens van dekterrein en steenkolenterrein, van de doorsneden kolenlagen en kolenriffels en van de verdiepingen.
2. Wanneer de Inspecteur-Generaal der Mijnen zulks nodig acht, moet de langsdoorsnede door dwarsdoorsneden worden verduidelijkt.
3. Ingrijpende wijzigingen van de schachtbekleding en van de in het eerste lid onder c bedoelde voorwerpen moeten telkens, met opgave van de datum der wijziging, ten spoedigste op deze tekeningen worden aangegeven.
4. Van elke schacht moeten langsdoorsneden worden vervaardigd, waarop in twee onderling loodrecht op elkaar staande richtingen de afwijkingen van de schacht uit de verticale richting staan aangegeven. Onze Minister kan bepalen, dat langsdoorsneden moeten worden verduidelijkt door doelmatige gegevens betreffende vervormingen van de schachtbekleding.
5. Aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen moet desverlangd een exemplaar van de in het eerste en het vierde lid bedoelde tekeningen worden toegezonden, welke tekeningen zo nodig jaarlijks moeten worden bijgewerkt.
a. de doorsneden gesteentelagen;
b. de schachtbekleding;
c. de voorwerpen, die vast in de schacht zijn geplaatst;
d. de hoogteligging ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil van het maaiveld, van de grens van dekterrein en steenkolenterrein, van de doorsneden kolenlagen en kolenriffels en van de verdiepingen.
2. Wanneer de Inspecteur-Generaal der Mijnen zulks nodig acht, moet de langsdoorsnede door dwarsdoorsneden worden verduidelijkt.
3. Ingrijpende wijzigingen van de schachtbekleding en van de in het eerste lid onder c bedoelde voorwerpen moeten telkens, met opgave van de datum der wijziging, ten spoedigste op deze tekeningen worden aangegeven.
4. Van elke schacht moeten langsdoorsneden worden vervaardigd, waarop in twee onderling loodrecht op elkaar staande richtingen de afwijkingen van de schacht uit de verticale richting staan aangegeven. Onze Minister kan bepalen, dat langsdoorsneden moeten worden verduidelijkt door doelmatige gegevens betreffende vervormingen van de schachtbekleding.
5. Aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen moet desverlangd een exemplaar van de in het eerste en het vierde lid bedoelde tekeningen worden toegezonden, welke tekeningen zo nodig jaarlijks moeten worden bijgewerkt.
- Citeren als
- Art. 53
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl