BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 61
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] Onverminderd de voorwaarden, waaronder een vergunning als in artikel 60 bedoeld is verleend, gelden bij personenvervoer in schachten en tussenschachten met betrekking tot elke ophaalinstallatie de volgende bepalingen: a. de ophaalmachine moet zijn voorzien: 1. als de snelheid 6 meter of meer per seconde bedraagt: van een doelmatige snelheidsregelinrichting, snelheidsmeter, tachograaf, diepte-aanwijzer en meervoudig bedienbare reminstallatie; 2. als de snelheid 2 of meer, doch minder dan 6 meter per seconde bedraagt: van een doelmatige snelheidsregelinrichting of een op de snelheid doelmatig reagerende veiligheidsinrichting, zomede van een doelmatige snelheidsmeter, diepte-aanwijzer en meervoudig bedienbare reminstallatie; 3. als de snelheid minder dan 2 meter per seconde bedraagt: van een doelmatige snelheidsmeter, diepte-aanwijzer en reminstallatie; b. de kooien moeten zodanig zijn ingericht, dat de zich daarin bevindende personen tijdens het vervoer doelmatig zijn beveiligd tegen aanraking met in de schacht of tussenschacht aanwezige, alsmede tegen vallende of wegvliegende voorwerpen; c. doelmatige automatisch werkende inrichtingen moeten aanwezig zijn, die een te hoog ophalen of te diep zakken van de kooien voorkomen; d. boven de hoogste en beneden de laagste bedrijfsstand van de kooien moet voldoende vrije ruimte zijn om een doelmatige werking van de onder c bedoelde inrichtingen te waarborgen; e. de ophaalmachine, de kooien, de kabels, de seintoestellen en alle andere delen der ophaalinstallatie moeten op door Onze Minister te bepalen tijdstippen op doelmatige wijze door in het bijzonder daarmede belaste personen op deugdelijkheid worden onderzocht; f. de verbindingsstukken, waarmede de kooi aan de kabel is bevestigd, moeten op door Onze Minister te bepalen tijdstippen worden vervangen door andere verbindingsstukken, waarvan hem de deugdelijkheid op voldoende wijze is aangetoond.