BWBR0002457
Geldig vanaf 1964-10-16
Artikel 6
Noodwet rechtspleging
1. Bij een gerecht, waarvoor een in artikel 4omschreven voorziening is getroffen, kunnen andere ambtenaren en waarnemende ambtenaren van het openbaar ministerie dan die daarmede reeds zijn belast, tijdelijk de dienst van het openbaar ministerie waarnemen.
2. De president van een gerechtshof, waarvoor de in artikel 4, onder a, omschreven voorziening is getroffen, kan raadsheren en raadsheren-plaatsvervangers bij het hof aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij dat hof.
3. De president van een rechtbank waarvoor de in artikel 4, onder b, omschreven voorziening is getroffen, kan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast bij die rechtbank aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij die rechtbank.
2. De president van een gerechtshof, waarvoor de in artikel 4, onder a, omschreven voorziening is getroffen, kan raadsheren en raadsheren-plaatsvervangers bij het hof aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij dat hof.
3. De president van een rechtbank waarvoor de in artikel 4, onder b, omschreven voorziening is getroffen, kan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast bij die rechtbank aanwijzen voor de tijdelijke waarneming van de dienst van het openbaar ministerie bij die rechtbank.