BWBR0002382
Geldig vanaf 1962-10-01
Artikel 56
Invoeringswet douanewetgeving
1. De publieke, particuliere en fictieve entrepots voor buitenlandse goederen, welke bestaan op de dag, voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, worden aangemerkt als publieke, particuliere, onderscheidenlijk fictieve douane-entrepots; de op die dag bestaande particuliere en fictieve entrepots voor binnenlandse goederen worden aangemerkt als particuliere onderscheidenlijk fictieve accijnsentrepots. De op die dag bestaande algemene entrepots en fabrieksentrepots worden aangemerkt als publieke douane-entrepots, onderscheidenlijk fabrieksentrepots.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde entrepots verleende goedkeuringen worden geacht te zijn verleend krachtens artikel 34 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen; aan de beheerders van die entrepots wordt geacht een vergunning van de wet te zijn verleend op de voet van artikel 35.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde entrepots verleende goedkeuringen worden geacht te zijn verleend krachtens artikel 34 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen; aan de beheerders van die entrepots wordt geacht een vergunning van de wet te zijn verleend op de voet van artikel 35.