BWBR0002382
Geldig vanaf 1962-10-01
Artikel 55
Invoeringswet douanewetgeving
1. De bij deze wet ingetrokken, vervallen of buiten toepassing verklaarde regelingen en de krachtens die regelingen uitgevaardigde voorschriften blijven toepassing vinden voor zover de bepalingen daarvan betrekking hebben op:
a. de verplichtingen welke ingevolge die bepalingen bestaan ten aanzien van documenten en andere bescheiden, voor zover die documenten en bescheiden nog niet zijn gezuiverd op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen ontstaan uit het niet of niet volledig zuiveren van zodanige documenten en bescheiden, met dien verstande echter, dat de zuivering daarvan plaats vindt overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften;
b. ambtelijke bevoegdheden ten aanzien van aangiften en documenten, indien deze nog niet voor visitatie of verificatie zijn afgetekend op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen bestaan bij ambtelijke bevindingen bij de uitoefening van die bevoegdheden, zomede op de rechtsmiddelen welke tegen die bevindingen kunnen worden toegepast;
c. strafbare feiten welke zijn begaan vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
d. de vaststelling van de waarde van goederen, de rechtsmiddelen daartegen, alsmede de rechtsgevolgen welke ingevolge die bepalingen bestaan in geval van waardeverhoging, indien de goederen zijn aangehouden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, dan wel zijn aangehouden ingevolge letter b;
e. de rechtsmiddelen tegen de beslissing inzake de vermelding van goederen in specifieke aangiften, tegen de toepassing van het tarief van invoerrechten en van de tabel van bijzonder invoerrecht, indien de goederen ten invoer zijn aangegeven vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
f. de rechtsmiddelen tegen aanhalingen van vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het toezicht te onttrekken of om genomen dwangmaatregelen te verijdelen en van voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel in te richten om goederen aan het toezicht te onttrekken of dwangmaatregelen te verijdelen, indien die aanhalingen hebben plaats gehad vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
g. de behandeling van ten invoer verboden, onbekende en onbeheerde goederen, indien deze zijn aangebracht vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
h. de invordering, indien het betreft een schuld welke invorderbaar is geworden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
i. andere door Ons bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen, in de gevallen bij die algemene maatregel van bestuur bepaald.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, letters a-c, vinden ten aanzien van de daar bedoelde strafbare feiten de artikelen 197-207 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen toepassing, behoudens voor zaken waarin reeds het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd of een dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg is uitgebracht.
a. de verplichtingen welke ingevolge die bepalingen bestaan ten aanzien van documenten en andere bescheiden, voor zover die documenten en bescheiden nog niet zijn gezuiverd op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen ontstaan uit het niet of niet volledig zuiveren van zodanige documenten en bescheiden, met dien verstande echter, dat de zuivering daarvan plaats vindt overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften;
b. ambtelijke bevoegdheden ten aanzien van aangiften en documenten, indien deze nog niet voor visitatie of verificatie zijn afgetekend op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen bestaan bij ambtelijke bevindingen bij de uitoefening van die bevoegdheden, zomede op de rechtsmiddelen welke tegen die bevindingen kunnen worden toegepast;
c. strafbare feiten welke zijn begaan vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
d. de vaststelling van de waarde van goederen, de rechtsmiddelen daartegen, alsmede de rechtsgevolgen welke ingevolge die bepalingen bestaan in geval van waardeverhoging, indien de goederen zijn aangehouden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, dan wel zijn aangehouden ingevolge letter b;
e. de rechtsmiddelen tegen de beslissing inzake de vermelding van goederen in specifieke aangiften, tegen de toepassing van het tarief van invoerrechten en van de tabel van bijzonder invoerrecht, indien de goederen ten invoer zijn aangegeven vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
f. de rechtsmiddelen tegen aanhalingen van vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het toezicht te onttrekken of om genomen dwangmaatregelen te verijdelen en van voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel in te richten om goederen aan het toezicht te onttrekken of dwangmaatregelen te verijdelen, indien die aanhalingen hebben plaats gehad vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
g. de behandeling van ten invoer verboden, onbekende en onbeheerde goederen, indien deze zijn aangebracht vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
h. de invordering, indien het betreft een schuld welke invorderbaar is geworden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt;
i. andere door Ons bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen, in de gevallen bij die algemene maatregel van bestuur bepaald.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, letters a-c, vinden ten aanzien van de daar bedoelde strafbare feiten de artikelen 197-207 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen toepassing, behoudens voor zaken waarin reeds het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd of een dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg is uitgebracht.