BWBR0002380
Geldig vanaf 2003-02-06
Artikel 16a
Bestrijdingsmiddelenwet 1962
1. Onze betrokken Minister kan in bijzondere omstandigheden van het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, en 10, eerste en tweede lidvoor ten hoogste 120 dagen, vrijstelling of ontheffing verlenen:
a. voor zover het gewasbeschermingsmiddelen betreft, indien de plantaardige produktie door onvoorziene, op geen enkele andere wijze te bestrijden gevaren wordt bedreigd;
b. voor zover het biociden betreft, voor zover noodzakelijk wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling of ontheffing wordt in ieder geval verleend ter uitvoering van een communautaire maatregel met in achtneming van het daarin gestelde.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.
a. voor zover het gewasbeschermingsmiddelen betreft, indien de plantaardige produktie door onvoorziene, op geen enkele andere wijze te bestrijden gevaren wordt bedreigd;
b. voor zover het biociden betreft, voor zover noodzakelijk wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling of ontheffing wordt in ieder geval verleend ter uitvoering van een communautaire maatregel met in achtneming van het daarin gestelde.
3. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.