BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 39h
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Voor het gebied dat is begrepen in een rijksprojectbesluit geldt het rijksprojectbesluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21. Voorzover het rijksprojectbesluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, niet van toepassing. Het rijksprojectbesluit geldt niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor het gebied een bestemmingsplan in overeenstemming met het rijksprojectbesluit in werking is getreden.
2. Artikel 50 van de Woningwetis niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van het rijksprojectbesluit.
3. Voorzover het rijksprojectbesluit en het bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het rijksprojectbesluit voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19.
4. Voorzover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het rijksprojectbesluit in het gebied dat is begrepen in een rijksprojectbesluit.
5. Voorschriften in een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwingblijven buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van een rijksprojectbesluit, voorzover het rijksprojectbesluit en die voorschriften niet met elkaar in overeenstemming zijn.
6. De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het rijksprojectbesluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig dat rijksprojectbesluit vast te stellen of te herzien.
7. Indien het bestemmingsplan nog niet in overeenstemming is met het rijksprojectbesluit, verleent het gemeentebestuur aan degenen die inzage verlangen in dat plan tevens inzage in het rijksprojectbesluit.
2. Artikel 50 van de Woningwetis niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van het rijksprojectbesluit.
3. Voorzover het rijksprojectbesluit en het bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het rijksprojectbesluit voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19.
4. Voorzover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het rijksprojectbesluit in het gebied dat is begrepen in een rijksprojectbesluit.
5. Voorschriften in een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwingblijven buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van een rijksprojectbesluit, voorzover het rijksprojectbesluit en die voorschriften niet met elkaar in overeenstemming zijn.
6. De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het rijksprojectbesluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig dat rijksprojectbesluit vast te stellen of te herzien.
7. Indien het bestemmingsplan nog niet in overeenstemming is met het rijksprojectbesluit, verleent het gemeentebestuur aan degenen die inzage verlangen in dat plan tevens inzage in het rijksprojectbesluit.