BWBR0002375
Geldig vanaf 2000-04-03
Artikel 13
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Bij een bestemmingsplan kunnen voor zover het gronden betreft, waarvan het gebruik afwijkt van het plan, een of meer onderdelen worden aangewezen, ten aanzien waarvan de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig wordt geacht.
2. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat met de verwerkelijking van gemeentewege van één of meer onderdelen daarvan eerst na een bij het plan te bepalen tijdstip een aanvang kan worden gemaakt.
2. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat met de verwerkelijking van gemeentewege van één of meer onderdelen daarvan eerst na een bij het plan te bepalen tijdstip een aanvang kan worden gemaakt.