BWBR0002355
Geldig vanaf 1961-08-14
Artikel 5
Regeling uitkering vliegongeval
1. Onder dienst aan boord van een vliegtuig in de zin van de artikelen 1en 3wordt verstaan het, na het tijdstip van in werking treden dezer regeling, waar ook ter wereld, tijdens een vlucht dienst doen aan boord van een vliegtuig.
2. De vlucht, bedoeld in het vorige lid en in artikel 6, wordt geacht:
a. aan te vangen op het ogenblik, waarop de betrokkene, met het doel om te vliegen zich begeeft naar het vliegtuig en dit zo dicht is genaderd, dat hem ten gevolge van een gebeuren met dat vliegtuig, een vliegongeval zou kunnen overkomen;
b. te eindigen onmiddellijk na het ogenblik, waarop de betrokkene, na het verlaten van het vliegtuig op het aardoppervlak teruggekeerd, redelijkerwijze kan worden geacht zich in veiligheid te bevinden.
2. De vlucht, bedoeld in het vorige lid en in artikel 6, wordt geacht:
a. aan te vangen op het ogenblik, waarop de betrokkene, met het doel om te vliegen zich begeeft naar het vliegtuig en dit zo dicht is genaderd, dat hem ten gevolge van een gebeuren met dat vliegtuig, een vliegongeval zou kunnen overkomen;
b. te eindigen onmiddellijk na het ogenblik, waarop de betrokkene, na het verlaten van het vliegtuig op het aardoppervlak teruggekeerd, redelijkerwijze kan worden geacht zich in veiligheid te bevinden.