BWBR0002355
Geldig vanaf 1961-08-14
Artikel 11
Regeling uitkering vliegongeval
Behoudens het bepaalde in artikel 12, bedraagt de uitkering ineens indien de overledene:
1e. ongehuwd was en meerderjarige kinderen en pleegkinderen, ouders, grootouders en schoonouders heeft nagelaten, die worden aangemerkt als nagelaten betrekkingen in de zin van artikel 7, eerste lid, dan wel indien betrokkene voor andere nagelaten betrekkingen krachtens artikel 8 wordt aangemerkt als kostwinner;
2e. militair was met een stand of rang a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000;
b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500;
c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000;
a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000;
b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500;
c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000;
met dien verstande, dat deze uitkering wordt beperkt tot het gedeelte, hetwelk evenredig is aan de verhouding, waarin de bijdrage in de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud staat tot de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud op het tijdstip van overlijden, indien deze bijdrage een gedeelte vormt van die kosten.
1e. ongehuwd was en meerderjarige kinderen en pleegkinderen, ouders, grootouders en schoonouders heeft nagelaten, die worden aangemerkt als nagelaten betrekkingen in de zin van artikel 7, eerste lid, dan wel indien betrokkene voor andere nagelaten betrekkingen krachtens artikel 8 wordt aangemerkt als kostwinner;
2e. militair was met een stand of rang a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000;
b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500;
c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000;
a. beneden die van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel die van tweede-luitenant, € 25 000;
b. van luitenant ter zee der 3e klasse dan wel tweede-luitenant of hoger, doch beneden die van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel die van majoor, € 37 500;
c. van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel van majoor of hoger, € 50 000;
met dien verstande, dat deze uitkering wordt beperkt tot het gedeelte, hetwelk evenredig is aan de verhouding, waarin de bijdrage in de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud staat tot de kosten van het noodzakelijk levensonderhoud op het tijdstip van overlijden, indien deze bijdrage een gedeelte vormt van die kosten.