BWBR0002351
Geldig vanaf 1961-03-01
Artikel 6
Wet op de dierenbescherming
1. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de bij of krachtens dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten elke plaats te betreden, waar redelijkerwijs vermoed kan worden, dat een zodanig strafbaar feit wordt begaan.
2. Zij zijn te allen tijde bevoegd ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen.
2. Zij zijn te allen tijde bevoegd ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen.