BWBR0002351
Geldig vanaf 1961-03-01
Artikel 2
Wet op de dierenbescherming
1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders als bedrijf uit te oefenen het kopen, ten verkoop voorradig hebben, verkopen, in bewaring nemen, africhten of doden van honden of katten. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
2. Een belanghebbende kan tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid beroep instellen bij gedeputeerde staten.
3. Wij stellen terzake bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen.
4. Overtreding van het in het eerste lid gestelde verbod of van een krachtens dat lid gegeven voorschrift wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie.
2. Een belanghebbende kan tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid beroep instellen bij gedeputeerde staten.
3. Wij stellen terzake bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen.
4. Overtreding van het in het eerste lid gestelde verbod of van een krachtens dat lid gegeven voorschrift wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie.