BWBR0002329
Geldig vanaf 1959-10-01
Artikel 3
Aanvaarding functie door leden SER, enz.
1. De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad maakt een ingevolge de artikelen 1en 2te zijner kennis gebrachte benoeming onverwijld bekend. Hij doet de benoemde daarbij een formulier toekomen voor de in het tweede lid bedoelde verklaring.
2. Binnen drie weken na de verzending van deze mededeling bericht de benoemde schriftelijk aan de voorzitter of hij de benoeming aanneemt. Indien hij de benoeming aanneemt legt hij daarbij een schriftelijke verklaring over, volgens een door Onze in artikel 1bedoelde Minister vastgesteld model, dat hij voldoet aan de eisen gesteld in artikel 5 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad en dat hij geen functies vervult genoemd in artikel 1 van Ons besluit van 22 september 1955, houdende regelen omtrent de onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad met enige andere werkzaamheden (Stb. 1955, 455).
3. Bij gebreke van zodanig bericht of van zodanige verklaring wordt hij geacht de benoeming niet te hebben aangenomen.
2. Binnen drie weken na de verzending van deze mededeling bericht de benoemde schriftelijk aan de voorzitter of hij de benoeming aanneemt. Indien hij de benoeming aanneemt legt hij daarbij een schriftelijke verklaring over, volgens een door Onze in artikel 1bedoelde Minister vastgesteld model, dat hij voldoet aan de eisen gesteld in artikel 5 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad en dat hij geen functies vervult genoemd in artikel 1 van Ons besluit van 22 september 1955, houdende regelen omtrent de onverenigbaarheid van het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad met enige andere werkzaamheden (Stb. 1955, 455).
3. Bij gebreke van zodanig bericht of van zodanige verklaring wordt hij geacht de benoeming niet te hebben aangenomen.