BWBR0002308
Geldig vanaf 1959-07-01
Artikel 2
Instellingswet Bedrijfschap Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken
1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin wordt uitgeoefend het bedrijf van het kopen en, voor verbruik elders dan ter plaatse van verkoop, aan particulieren verkopen van sterkalcoholische dranken, al dan niet gezamenlijk met zwakalcoholische of alcoholvrije dranken.
2. Deze wet verstaat onder:
sterkalcoholische dranken: dranken, welke bij een temperatuur van 15° C. voor vijftien of meer volumen-procenten uit alcohol bestaan, met uitzondering van wijn;
zwakalcoholische dranken: bier, wijn, vruchtenwijn en andere alcoholhoudende dranken, voor zover deze laatste bij een temperatuur van 15° C. voor minder dan vijftien volumen-procenten uit alcohol bestaan.
3. Deze wet verstaat onder kopen van sterkalcoholische dranken al dan niet gezamenlijk met zwakalcoholische of alcoholvrije dranken mede het verkrijgen van zodanige dranken van een andere, door dezelfde persoon gedreven onderneming.
4. Deze wet verstaat onder verkopen aan particulieren mede het daarmede gepaard gaande verkopen aan instellingen, behoudens indien bovendien aan wederverkopers pleegt te worden verkocht.
2. Deze wet verstaat onder:
sterkalcoholische dranken: dranken, welke bij een temperatuur van 15° C. voor vijftien of meer volumen-procenten uit alcohol bestaan, met uitzondering van wijn;
zwakalcoholische dranken: bier, wijn, vruchtenwijn en andere alcoholhoudende dranken, voor zover deze laatste bij een temperatuur van 15° C. voor minder dan vijftien volumen-procenten uit alcohol bestaan.
3. Deze wet verstaat onder kopen van sterkalcoholische dranken al dan niet gezamenlijk met zwakalcoholische of alcoholvrije dranken mede het verkrijgen van zodanige dranken van een andere, door dezelfde persoon gedreven onderneming.
4. Deze wet verstaat onder verkopen aan particulieren mede het daarmede gepaard gaande verkopen aan instellingen, behoudens indien bovendien aan wederverkopers pleegt te worden verkocht.