BWBR0002293
Geldig vanaf 1959-01-01
Artikel 3
Besluit registratie justitiële gegevens
De justitiële documentatiedienst registreert voorts
1. de gegevens als genoemd in artikel 5 van de wet, voor zover zij vóór het inwerkingtreden van de wet werden opgenomen in de strafregisters als bedoeld in het Koninklijk besluit van 19 februari 1896, Stb. 29, zoals dit laatstelijk werd gewijzigd, evenwel met uitzondering van de vonnissen, die hier te lande zijn gewezen door Duitse rechters en van vonnissen en arresten gewezen door de in het besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie van 12 augustus 1941 (Verord. Bl. 1941, 156) bedoelde vrederechters en het vredegerechtshof;
2. alle gegevens, welke de documentatiedienst als bedoeld in het "Besluit justitiële documentatie" (Koninklijk besluit van 2 februari 1951, Stb. 36) vóór de inwerkingtreding van de wet heeft geregistreerd ingevolge de artikelen 3 t/m 6 van de beschikking van de Minister van Justitie van 16 april 1951 (Ned. Stcrt. 1951, nr. 76) aangevuld bij beschikking van 29 juni 1951 (Ned. Stcrt. 1951, nr. 129), met uitzondering van de gegevens, betrekking hebbend op strafbare feiten als bedoeld in artikel 6 van deze algemene maatregel van bestuur.
1. de gegevens als genoemd in artikel 5 van de wet, voor zover zij vóór het inwerkingtreden van de wet werden opgenomen in de strafregisters als bedoeld in het Koninklijk besluit van 19 februari 1896, Stb. 29, zoals dit laatstelijk werd gewijzigd, evenwel met uitzondering van de vonnissen, die hier te lande zijn gewezen door Duitse rechters en van vonnissen en arresten gewezen door de in het besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie van 12 augustus 1941 (Verord. Bl. 1941, 156) bedoelde vrederechters en het vredegerechtshof;
2. alle gegevens, welke de documentatiedienst als bedoeld in het "Besluit justitiële documentatie" (Koninklijk besluit van 2 februari 1951, Stb. 36) vóór de inwerkingtreding van de wet heeft geregistreerd ingevolge de artikelen 3 t/m 6 van de beschikking van de Minister van Justitie van 16 april 1951 (Ned. Stcrt. 1951, nr. 76) aangevuld bij beschikking van 29 juni 1951 (Ned. Stcrt. 1951, nr. 129), met uitzondering van de gegevens, betrekking hebbend op strafbare feiten als bedoeld in artikel 6 van deze algemene maatregel van bestuur.