BWBR0002268
Geldig vanaf 1958-02-16
Artikel 4
Aanvulling richtlijnen ingevolge artikel 50 Vleeskeuringswet
1. Het hoofd of de bestuurder van een inrichting, als bedoeld in artikel 1, is gehouden slachtdieren, welke aldaar zijn gestorven of gedood en waarvan hij het vlees voor menselijk gebruik wil bestemmen, overeenkomstig de plaatselijke verordening op de keuringsdienst van slachtdieren en van vlees ter keuring aan te bieden.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, dient het vlees afkomstig van de sectieruimten van praktiserende dierenartsen onbruikbaar te worden gemaakt voor voedsel van mens en dier.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, dient het vlees afkomstig van de sectieruimten van praktiserende dierenartsen onbruikbaar te worden gemaakt voor voedsel van mens en dier.