BWBR0002268
Geldig vanaf 1958-02-16
Artikel 1a
Aanvulling richtlijnen ingevolge artikel 50 Vleeskeuringswet
De praktijkruimten, bedoeld in artikel 1, onder f, dienen aan de volgende eisen te voldoen:
1. De sectieruimte mag niet in rechtstreekse verbinding staan met andere ruimten;
2. De vloeren moeten zijn vervaardigd van materiaal dat vocht niet doorlaat of opneemt, zij mogen noch scheuren noch onnodige verdiepingen vertonen en moeten zoveel helling hebben, dat het spoel- en schrobwater, hetzij rechtstreeks, hetzij door open goten, gemakkelijk kan wegvloeien naar met een afneembaar rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het door een goed gesloten waterdicht buizenstelsel moet worden weggevoerd naar de gemeentelijke riolering.
3. De wanden moeten voldoen aan de volgende eisen: a. zij moeten van steen of beton zijn; of van roestwerend afgewerkte staalplaat, aluminium plaat, hardplastic plaat, gasplaat of asbestcementplaat, verbonden met of aangebracht op andere bouwelementen zodanig dat voldoende stijfheid en stabiliteit wordt verkregen en aantasting door vocht wordt vermeden;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak en waterdicht zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
a. zij moeten van steen of beton zijn; of van roestwerend afgewerkte staalplaat, aluminium plaat, hardplastic plaat, gasplaat of asbestcementplaat, verbonden met of aangebracht op andere bouwelementen zodanig dat voldoende stijfheid en stabiliteit wordt verkregen en aantasting door vocht wordt vermeden;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak en waterdicht zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
4. De onder 3 a en b genoemde eisen gelden niet voor het gedeelte der wanden, dat wordt ingenomen door roosters, ventilatoren, deuren en lichtramen.
5. De wanden mogen aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels, van een deugdelijke verflaag, of van plasticplaat op fenolformol-kunstharsbasis met een melamine bovenlaag, mits zij bestand zijn tegen reiniging met zeepwater en ontsmettingsmiddelen.
6. De overgang van de vloer naar de wanden en van de wanden onderling moet rond of met hoeken van minimaal 135° zijn afgewerkt, evenals die van de vloer naar de daarop bevestigde niet verplaatsbare voorwerpen.
7. De sectieruimte mag uitsluitend voor het verrichten van secties worden gebruikt en moet zodanige afmetingen hebben, dat de voor de sectie nodige handelingen naar behoren kunnen plaatsvinden.
8. a. De sectieruimte en de zich daarin bevindende voorwerpen en kolken moeten geregeld schoon worden gehouden; elke dag waarop in de sectieruimte gewerkt is, moet de ruimte met inbegrip van de voorwerpen en gereedschappen welke daarbij zijn gebruikt, alsmede de kolken, onmiddellijk na beëindiging van de werkzaamheden worden gereinigd en ontsmet; b. De sectietafel dient bedekt te zijn met roestvrij staal of vervaardigd te zijn van graniet, dan wel van materiaal dat vocht niet doorlaat of opneemt; De sectietafel dient goed te desinfecteren te zijn.
9. In de sectieruimte moet aanwezig zijn een handenwasgelegenheid met koud en warm stromend water en ontsmettende zeep en handdoeken voor eenmalig gebruik.
1. De sectieruimte mag niet in rechtstreekse verbinding staan met andere ruimten;
2. De vloeren moeten zijn vervaardigd van materiaal dat vocht niet doorlaat of opneemt, zij mogen noch scheuren noch onnodige verdiepingen vertonen en moeten zoveel helling hebben, dat het spoel- en schrobwater, hetzij rechtstreeks, hetzij door open goten, gemakkelijk kan wegvloeien naar met een afneembaar rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het door een goed gesloten waterdicht buizenstelsel moet worden weggevoerd naar de gemeentelijke riolering.
3. De wanden moeten voldoen aan de volgende eisen: a. zij moeten van steen of beton zijn; of van roestwerend afgewerkte staalplaat, aluminium plaat, hardplastic plaat, gasplaat of asbestcementplaat, verbonden met of aangebracht op andere bouwelementen zodanig dat voldoende stijfheid en stabiliteit wordt verkregen en aantasting door vocht wordt vermeden;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak en waterdicht zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
a. zij moeten van steen of beton zijn; of van roestwerend afgewerkte staalplaat, aluminium plaat, hardplastic plaat, gasplaat of asbestcementplaat, verbonden met of aangebracht op andere bouwelementen zodanig dat voldoende stijfheid en stabiliteit wordt verkregen en aantasting door vocht wordt vermeden;
b. aan de binnenzijde moeten zij glad, vlak en waterdicht zijn;
c. de hoogte, gemeten van de vloer tot de zoldering, mag op geen enkele plaats minder dan twee meter zijn.
4. De onder 3 a en b genoemde eisen gelden niet voor het gedeelte der wanden, dat wordt ingenomen door roosters, ventilatoren, deuren en lichtramen.
5. De wanden mogen aan de binnenzijde zijn voorzien van tegels, van een deugdelijke verflaag, of van plasticplaat op fenolformol-kunstharsbasis met een melamine bovenlaag, mits zij bestand zijn tegen reiniging met zeepwater en ontsmettingsmiddelen.
6. De overgang van de vloer naar de wanden en van de wanden onderling moet rond of met hoeken van minimaal 135° zijn afgewerkt, evenals die van de vloer naar de daarop bevestigde niet verplaatsbare voorwerpen.
7. De sectieruimte mag uitsluitend voor het verrichten van secties worden gebruikt en moet zodanige afmetingen hebben, dat de voor de sectie nodige handelingen naar behoren kunnen plaatsvinden.
8. a. De sectieruimte en de zich daarin bevindende voorwerpen en kolken moeten geregeld schoon worden gehouden; elke dag waarop in de sectieruimte gewerkt is, moet de ruimte met inbegrip van de voorwerpen en gereedschappen welke daarbij zijn gebruikt, alsmede de kolken, onmiddellijk na beëindiging van de werkzaamheden worden gereinigd en ontsmet; b. De sectietafel dient bedekt te zijn met roestvrij staal of vervaardigd te zijn van graniet, dan wel van materiaal dat vocht niet doorlaat of opneemt; De sectietafel dient goed te desinfecteren te zijn.
9. In de sectieruimte moet aanwezig zijn een handenwasgelegenheid met koud en warm stromend water en ontsmettende zeep en handdoeken voor eenmalig gebruik.