BWBR0002250
Geldig vanaf 1957-08-07
Artikel 2
Wet Stichting Industrieel Garantiefonds
1. De bedragen, welke de stichting over enig jaar moet betalen:
a. in de vorm van vergoedingen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de statuten der stichting,
b. ter zake van beheerskosten, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder d, van die statuten,
c. in de vorm van aflossingen van door haar bij derden opgenomen geldleningen en ter voldoening van renten en andere kosten ter zake van zodanige geldleningen,
worden zo mogelijk voldaan uit de geldmiddelen van de stichting, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van haar statuten.
2. Indien deze bedragen over enig jaar niet ten volle overeenkomstig het eerste lid kunnen worden gedekt, wordt het tekort door het Rijk aan de stichting voorgeschoten.
3. Indien over enig jaar de som van de aan de stichting toevloeiende dividendopbrengsten en de bedragen die zij ontvangt als rente en aflossing ter zake van geldleningen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder e, van haar statuten, de in het eerste lid bedoelde bedragen overtreft, wordt het batig saldo in de eerste plaats aangewend tot terugbetaling aan het Rijk van de bedragen, die in dat jaar of in voorgaande jaren krachtens het tweede lid aan de stichting zijn voorgeschoten of door het Rijk zijn betaald uit hoofde van voor het nakomen van verplichtingen van de stichting aan derden verstrekte garanties.
a. in de vorm van vergoedingen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de statuten der stichting,
b. ter zake van beheerskosten, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder d, van die statuten,
c. in de vorm van aflossingen van door haar bij derden opgenomen geldleningen en ter voldoening van renten en andere kosten ter zake van zodanige geldleningen,
worden zo mogelijk voldaan uit de geldmiddelen van de stichting, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van haar statuten.
2. Indien deze bedragen over enig jaar niet ten volle overeenkomstig het eerste lid kunnen worden gedekt, wordt het tekort door het Rijk aan de stichting voorgeschoten.
3. Indien over enig jaar de som van de aan de stichting toevloeiende dividendopbrengsten en de bedragen die zij ontvangt als rente en aflossing ter zake van geldleningen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder e, van haar statuten, de in het eerste lid bedoelde bedragen overtreft, wordt het batig saldo in de eerste plaats aangewend tot terugbetaling aan het Rijk van de bedragen, die in dat jaar of in voorgaande jaren krachtens het tweede lid aan de stichting zijn voorgeschoten of door het Rijk zijn betaald uit hoofde van voor het nakomen van verplichtingen van de stichting aan derden verstrekte garanties.