Artikel 1
1. Onze Minister van Economische Zaken wordt gemachtigd ten behoeve van de industrialisatie een stichting met een stichtingskapitaal van dertig millioen gulden in het leven te roepen overeenkomstig de bij deze wet gevoegde ontwerp-acte van oprichting.
2. Onze genoemde Minister wordt tevens gemachtigd, ter aanvulling van dit kapitaal, telkens wanneer hij zulks nodig oordeelt, ten laste van het Rijk bedragen tot een totaal van ten hoogste zeventig millioen gulden ter beschikking van de stichting te stellen.
Ten minste twee maanden, voordat hij tot het ter beschikking stellen van een bedrag overgaat, brengt hij zijn voornemen daartoe ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.
2. Onze genoemde Minister wordt tevens gemachtigd, ter aanvulling van dit kapitaal, telkens wanneer hij zulks nodig oordeelt, ten laste van het Rijk bedragen tot een totaal van ten hoogste zeventig millioen gulden ter beschikking van de stichting te stellen.
Ten minste twee maanden, voordat hij tot het ter beschikking stellen van een bedrag overgaat, brengt hij zijn voornemen daartoe ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.