BWBR0002215
Geldig vanaf 1956-09-01
Artikel 10
Instellingsbesluit Bedrijfschap Pluimveehandel en -industrie
1. De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen kunnen voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend zijn.
2. Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld naar de grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in artikel 2bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is.
3. Vervallen.
4. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.
2. Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld naar de grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in artikel 2bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is.
3. Vervallen.
4. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.