BWBR0002200
Geldig vanaf 1956-05-15
Artikel 3
Instellingsbesluit Bedrijfschap Schoenindustrie
1. Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de volgende onderwerpen:
a. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
b. de aanstelling en het ontslag van personeel;
c. de vakopleiding, omscholing en herscholing en de vaststelling van de getalsverhouding in ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
d. fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten;
e. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden en daarmede verband houdende aangelegenheden;
f. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover regeling daarvan voor het toezicht op de naleving van verordeningen nodig is;
g. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, en van de in die ondernemingen werkzame personen;
h. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens;
i. de inzage van boeken en bescheiden van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover strekkend ter verkrijging van gegevens als bedoeld onder h, welke degenen, die deze ondernemingen drijven, niet desgevraagd hebben verstrekt, of ter verificatie van gegevens als bedoeld onder h, waarvan zij de juistheid niet hebben doen staven door een verklaring van een deskundige, die aan door het bestuur van het bedrijfschap te stellen eisen voldoet.
2. De overlating van de regeling of nadere regeling van het in het eerste lid, onder a, genoemde onderwerp of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatiebekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap.
3. Verordeningen betreffende het in het eerste lid, onder e, genoemde onderwerp worden niet vastgesteld, dan nadat een door het bestuur van het bedrijfschap in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Tenminste één maand vóór de instelling van de commissie maakt het bestuur zijn voornemen daartoe bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. Het bestuur draagt zorg, dat de verschillende groepen op het gebied van de vervaardiging van en de handel in schoeisel, die bij de voorgenomen regeling zijn betrokken, in de commissie zijn vertegenwoordigd. Van afwijkende gevoelens van een minderheid in de commissie wordt in het advies desverlangd melding gemaakt. Bij het inzenden van een verordening ter goedkeuring wordt het advies overgelegd.
a. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
b. de aanstelling en het ontslag van personeel;
c. de vakopleiding, omscholing en herscholing en de vaststelling van de getalsverhouding in ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
d. fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten;
e. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden en daarmede verband houdende aangelegenheden;
f. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover regeling daarvan voor het toezicht op de naleving van verordeningen nodig is;
g. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, en van de in die ondernemingen werkzame personen;
h. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens;
i. de inzage van boeken en bescheiden van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover strekkend ter verkrijging van gegevens als bedoeld onder h, welke degenen, die deze ondernemingen drijven, niet desgevraagd hebben verstrekt, of ter verificatie van gegevens als bedoeld onder h, waarvan zij de juistheid niet hebben doen staven door een verklaring van een deskundige, die aan door het bestuur van het bedrijfschap te stellen eisen voldoet.
2. De overlating van de regeling of nadere regeling van het in het eerste lid, onder a, genoemde onderwerp of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatiebekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap.
3. Verordeningen betreffende het in het eerste lid, onder e, genoemde onderwerp worden niet vastgesteld, dan nadat een door het bestuur van het bedrijfschap in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Tenminste één maand vóór de instelling van de commissie maakt het bestuur zijn voornemen daartoe bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. Het bestuur draagt zorg, dat de verschillende groepen op het gebied van de vervaardiging van en de handel in schoeisel, die bij de voorgenomen regeling zijn betrokken, in de commissie zijn vertegenwoordigd. Van afwijkende gevoelens van een minderheid in de commissie wordt in het advies desverlangd melding gemaakt. Bij het inzenden van een verordening ter goedkeuring wordt het advies overgelegd.