1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin het bedrijf van het in serie vervaardigen van schoeisel wordt uitgeoefend, alsmede voor de ondernemingen, waarin door middel van stanzerij-, stikkerij- of lasserijwerkzaamheden, dan wel daaraan voorafgaande of daarbij aansluitende werkzaamheden, bedrijfsmatig onderdelen van schoeisel worden vervaardigd of bewerkt.
2. Dit besluit verstaat onder:
schoeisel:schoenen, laarzen en pantoffels, met uitzondering van schoenen en laarzen, waarvan de buitenzijde geheel uit rubber bestaat, en van sportschoeisel, voorzien van een rubberzool en een bovenwerk van textiel;
wet:de
Wet op de Bedrijfsorganisatie(
Stb.1950, K 22).
3. Dit besluit verstaat onder uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bedrijven niet het in serie vervaardigen van schoeisel, voorzien van een rubberzool en een bovenwerk van textiel, of daaraan verwant schoeisel, alsmede het vervaardigen of bewerken van onderdelen van zodanig schoeisel, mits dit geschiedt in een onderneming waarin niet tevens ander schoeisel in serie wordt vervaardigd, onderscheidenlijk onderdelen van dit schoeisel worden vervaardigd of bewerkt.