BWBR0002164
Geldig vanaf 1955-01-01
Artikel 4
Wet Scheepvaartfonds 1955
1. Tot de dienst van enig jaar behoren:
a. uitkeringen van en aan het Rijk en de andere inkomsten en uitgaven, welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben;
b. bedragen, waarvan bij afsluiting van die dienst bekend is, dat zij verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen zijn en welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben.
2. De bedragen, welke verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen blijken te zijn nà afsluiting van de dienst, waartoe zij behoorden, komen ten laste, respectievelijk ten bate van de overeenkomstige artikelen der begroting van het dienstjaar, waarin het bestaan daarvan blijkt.
a. uitkeringen van en aan het Rijk en de andere inkomsten en uitgaven, welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben;
b. bedragen, waarvan bij afsluiting van die dienst bekend is, dat zij verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen zijn en welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben.
2. De bedragen, welke verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen blijken te zijn nà afsluiting van de dienst, waartoe zij behoorden, komen ten laste, respectievelijk ten bate van de overeenkomstige artikelen der begroting van het dienstjaar, waarin het bestaan daarvan blijkt.