BWBR0002164
Geldig vanaf 1955-01-01
Artikel 10
Wet Scheepvaartfonds 1955
1. De rekening van het Scheepvaartfonds 1955 wordt jaarlijks opgemaakt en vastgesteld met inachtneming van de voorzieningen ten aanzien van het beheer van het fonds als in deze wet opgenomen.
2. De inrichting der rekening geschiedt met inachtneming van de voorschriften, door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te stellen.
3. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen drie maanden na afsluiting van de dienst deze rekening aan Onze Minister van Financiën ten onderzoek toe, die deze rekening binnen vijf maanden na afsluiting van de dienst aan de Algemene Rekenkamer ter goedkeuring toezendt onder bijvoeging van de opmerkingen, waartoe zijn onderzoek hem aanleiding heeft gegeven; hij doet van zijn opmerkingen mededeling aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
2. De inrichting der rekening geschiedt met inachtneming van de voorschriften, door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te stellen.
3. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen drie maanden na afsluiting van de dienst deze rekening aan Onze Minister van Financiën ten onderzoek toe, die deze rekening binnen vijf maanden na afsluiting van de dienst aan de Algemene Rekenkamer ter goedkeuring toezendt onder bijvoeging van de opmerkingen, waartoe zijn onderzoek hem aanleiding heeft gegeven; hij doet van zijn opmerkingen mededeling aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.