BWBR0002158
Geldig vanaf 1954-12-02
Artikel 5
Besluit verbintenissen gronddienst Luchtmacht
1. Een tot het reserve-personeel behorende militair, die gedurende de eerste oefening als dienstplichtige is opgeleid voor een der functies bij de gronddienst van de Koninklijke Luchtmacht bedoeld in artikel 1en die naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor het vervullen van de functie, waarvoor hij is opgeleid, bezit, kan worden toegelaten tot het sluiten van een verbintenis met bestemming voor vorenbedoelde functie voor de duur van vier jaren, waarbij hij zich verbindt om van de dag, waarop de verbintenis is aangegaan, af doorlopende werkelijke dienst te verrichten tot het einde van die verbintenis.
2. Een verbintenis, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet aangegaan vóór de dag volgende op die waarop de militair met de dienstplichtigen van de lichtingsploeg, waarbij hij de eerste oefening heeft aangevangen of vervolgd en de officiersopleiding dan wel de onderofficiersopleiding heeft gevolgd, in het genot van groot verlof kan worden gesteld.
3. Een tot het reserve-personeel behorende militair, die heeft voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit een verbintenis als bedoeld in artikel 1 of in het eerste lid en die naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor het vervullen van de functie, welke hij tijdens de duur van die verbintenis heeft vervuld, bezit, kan worden toegelaten tot het sluiten van een verbintenis met bestemming voor vorenbedoelde functie voor de duur van twee jaren, waarbij hij zich verbindt om van de dag, waarop de verbintenis is aangegaan, af doorlopende werkelijke dienst te verrichten tot het einde van die verbintenis.
4. Een verbintenis als bedoeld in het derde lid kan, indien de tot het reserve-personeel behorende militair, die een in dat lid bedoelde verbintenis heeft gesloten, naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor het vervullen van de functie heeft behouden, ten hoogste eenmaal worden verlengd voor de duur van twee jaren.
5. Een verbintenis als bedoeld in het eerste en het derde lid geeft aanspraak op een geldelijke uitkering ter zake van het verrichten van doorlopende werkelijke dienst na het tijdstip, waarop die verbintenis ingaat, onder voorwaarden en tot een bedrag als nader door Ons zal worden vastgesteld.
2. Een verbintenis, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet aangegaan vóór de dag volgende op die waarop de militair met de dienstplichtigen van de lichtingsploeg, waarbij hij de eerste oefening heeft aangevangen of vervolgd en de officiersopleiding dan wel de onderofficiersopleiding heeft gevolgd, in het genot van groot verlof kan worden gesteld.
3. Een tot het reserve-personeel behorende militair, die heeft voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit een verbintenis als bedoeld in artikel 1 of in het eerste lid en die naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor het vervullen van de functie, welke hij tijdens de duur van die verbintenis heeft vervuld, bezit, kan worden toegelaten tot het sluiten van een verbintenis met bestemming voor vorenbedoelde functie voor de duur van twee jaren, waarbij hij zich verbindt om van de dag, waarop de verbintenis is aangegaan, af doorlopende werkelijke dienst te verrichten tot het einde van die verbintenis.
4. Een verbintenis als bedoeld in het derde lid kan, indien de tot het reserve-personeel behorende militair, die een in dat lid bedoelde verbintenis heeft gesloten, naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor het vervullen van de functie heeft behouden, ten hoogste eenmaal worden verlengd voor de duur van twee jaren.
5. Een verbintenis als bedoeld in het eerste en het derde lid geeft aanspraak op een geldelijke uitkering ter zake van het verrichten van doorlopende werkelijke dienst na het tijdstip, waarop die verbintenis ingaat, onder voorwaarden en tot een bedrag als nader door Ons zal worden vastgesteld.