BWBR0002158
Geldig vanaf 1954-12-02
Artikel 4
Besluit verbintenissen gronddienst Luchtmacht
1. Indien een militair, die een verbintenis als bedoeld in dit besluit heeft gesloten, naar het oordeel van Onze Minister van Defensie de geschiktheid voor de functie, voor welke hij wordt opgeleid of welke hij vervult, blijkt te missen of niet meer te bezitten, kan hij van de verbintenis worden ontheven.
2. De militair, die een verbintenis als bedoeld in artikel 1heeft gesloten, is verplicht de aan de door hem gevolgde opleiding, als bedoeld in dat artikel onder 1e, ten kosten gelegde bedragen geheel of gedeeltelijk aan het Rijk te vergoeden, indien het naar het oordeel van Onze Minister van Defensie in ernstige mate aan hem zelf te wijten is, dat hij van de verbintenis wordt ontheven omdat hij de opleiding niet met gunstig resultaat kan voltooien of voordat de termijn van doorlopende werkelijke dienst, als bedoeld in dat artikel onder 2e, is verstreken.
3. Onze Minister van Defensie stelt het in lid 2 bedoelde te vergoeden bedrag vast.
2. De militair, die een verbintenis als bedoeld in artikel 1heeft gesloten, is verplicht de aan de door hem gevolgde opleiding, als bedoeld in dat artikel onder 1e, ten kosten gelegde bedragen geheel of gedeeltelijk aan het Rijk te vergoeden, indien het naar het oordeel van Onze Minister van Defensie in ernstige mate aan hem zelf te wijten is, dat hij van de verbintenis wordt ontheven omdat hij de opleiding niet met gunstig resultaat kan voltooien of voordat de termijn van doorlopende werkelijke dienst, als bedoeld in dat artikel onder 2e, is verstreken.
3. Onze Minister van Defensie stelt het in lid 2 bedoelde te vergoeden bedrag vast.