BWBR0002145
Geldig vanaf 1955-07-01
Artikel 8
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie
1. Het bestuur van het betrokken lichaam regelt bij verordening de rechtsgang van het tuchtrechtelijke geding alsmede de samenstelling en de bevoegdheden van het tuchtgerecht of de tuchtgerechten en, indien van tuchtbeschikkingen voorziening bij een ander tuchtgerecht kan worden gevraagd, de samenstelling en bevoegdheden van dat tuchtgerecht.
2. De verordening geeft waarborgen voor een deugdelijke berechting. Zij behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers en van Onze Minister van Justitie.
3. De verordening kan inhouden, dat aan de betrokkene en aan de in artikel 7, derde lid, bedoelde bestuurder, die, na door het tuchtgerecht bij aangetekend schrijven te zijn opgeroepen om in persoon te verschijnen, zonder geldige redenen, zulks ter beoordeling van het tuchtgerecht, wegblijven, tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden opgelegd.
4. Het tuchtgerecht is niet bevoegd over een zaak te oordelen, indien noch de voorzitter, noch een der leden noch de secretaris voldoet aan de vereisten voor benoeming tot rechter in een arrondissements-rechtbank.
2. De verordening geeft waarborgen voor een deugdelijke berechting. Zij behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers en van Onze Minister van Justitie.
3. De verordening kan inhouden, dat aan de betrokkene en aan de in artikel 7, derde lid, bedoelde bestuurder, die, na door het tuchtgerecht bij aangetekend schrijven te zijn opgeroepen om in persoon te verschijnen, zonder geldige redenen, zulks ter beoordeling van het tuchtgerecht, wegblijven, tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden opgelegd.
4. Het tuchtgerecht is niet bevoegd over een zaak te oordelen, indien noch de voorzitter, noch een der leden noch de secretaris voldoet aan de vereisten voor benoeming tot rechter in een arrondissements-rechtbank.