BWBR0002145
Geldig vanaf 1955-07-01
Artikel 34
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie
1. Het dagelijks bestuur van het lichaam brengt binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van de tuchtbeschikking of van de uitspraak van het College bij aangetekend schrijven ter kennis van de betrokkene, binnen welke termijn hij de opgelegde geldboete of de kosten van openbaarmaking van de tuchtbeschikking moet voldoen. Die termijn kan op ten hoogste twee maanden worden gesteld en kan telkens worden verlengd, doch mag de duur van twee jaren niet te boven gaan.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het voorgaande lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de heffingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie</a>.
Artikel 127 van die wet is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij gebreke van volledige betaling binnen de in het voorgaande lid bedoelde termijn wordt het niet betaalde bedrag ingevorderd op dezelfde wijze als de heffingen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie</a>.
Artikel 127 van die wet is van overeenkomstige toepassing.