BWBR0002099
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 36
Wet oorlogsstrafrecht
1. In afwijking in zoverre van het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 471, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>geschiedt zowel in het daar als ook in het in <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/472" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 472, eerste en tweede lid, van dat Wetboek</a>bedoelde geval, de verwijzing naar een bijzondere rechtbank.
2. Hetgeen bij de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/473" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 473</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/476" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">476 van dat Wetboek</a>, alsmede bij de artikelen, waarnaar daarin wordt verwezen, omtrent het gerechtshof, deszelfs voorzitter en de advocaat-generaal is bepaald, is ten aanzien van de bijzondere rechtbank, derzelver voorzitter en de officier van justitie van overeenkomstige toepassing.
2. Hetgeen bij de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/473" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 473</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/476" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">476 van dat Wetboek</a>, alsmede bij de artikelen, waarnaar daarin wordt verwezen, omtrent het gerechtshof, deszelfs voorzitter en de advocaat-generaal is bepaald, is ten aanzien van de bijzondere rechtbank, derzelver voorzitter en de officier van justitie van overeenkomstige toepassing.