BWBR0002099
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 21
Wet oorlogsstrafrecht
Op de rechtspleging bij de bijzondere rechtbanken en bij het Bijzondere Hooggerechtshof zijn de bepalingen van het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing, indien en voor zover van die bepalingen niet in deze wet wordt afgeweken, met dien verstande dat:
1°. hetgeen daarin omtrent de rechtbank, derzelver voorzitter, de rechters, de rechter-commissaris, de officier van justitie en de griffier bij de rechtbank is bepaald, te dezen geldt voor de bijzondere rechtbank en de ambtsdragers bij dit college;
2°. hetgeen daarin omtrent de Hoge Raad, deszelfs voorzitter en leden, de procureur-generaal en de griffier van de Hoge Raad is bepaald, te dezen geldt voor het Bijzondere Hooggerechtshof en de ambtsdragers bij dit Hof;
3°. hetgeen daarin met betrekking tot de rechtbank of het gerechtshof en de leden der rechterlijke macht bij een dezer gerechten is bepaald, te dezen buiten toepassing blijft.
1°. hetgeen daarin omtrent de rechtbank, derzelver voorzitter, de rechters, de rechter-commissaris, de officier van justitie en de griffier bij de rechtbank is bepaald, te dezen geldt voor de bijzondere rechtbank en de ambtsdragers bij dit college;
2°. hetgeen daarin omtrent de Hoge Raad, deszelfs voorzitter en leden, de procureur-generaal en de griffier van de Hoge Raad is bepaald, te dezen geldt voor het Bijzondere Hooggerechtshof en de ambtsdragers bij dit Hof;
3°. hetgeen daarin met betrekking tot de rechtbank of het gerechtshof en de leden der rechterlijke macht bij een dezer gerechten is bepaald, te dezen buiten toepassing blijft.