BWBR0002093 Geldig vanaf 2014-10-01

Artikel 46l

Advocatenwet

Wat betekent dit?

Dit artikel uitgelegd in eenvoudige taal

Uitleg wordt gegenereerd...

Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.

De uitleg voor dit artikel is momenteel niet beschikbaar.

Gerelateerde wetsartikelen

aanvulling_op
Artikel 54 — Van de inschrijving en de beëdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 54 1 Het in de artikelen 46c, tweede lid , 46d, tweede lid , 46f , 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c , 46j , 46l, eerste en derde lid , 46m , 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en

beperkt_door
Artikel 46i — Van de inschrijving en de beëdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 46i 1 Indien de klacht zich naar het oordeel van de voorzitter van de raad van discipline daartoe leent, en uit de klacht blijkt dat de klacht nog niet is voorgelegd aan een instantie die bevoegd is kennis te nemen van klachten of geschillen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 2

beperkt_door
Artikel 46j — Van de inschrijving en de beëdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 46j 1 Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat: a. de raad kennelijk onbevoegd is; b. de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is; c. de klacht kennelijk ongegrond is; of d. de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is. 2 De b

beperkt_door
Artikel 46g — Van de inschrijving en de beëdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 46g 1 De voorzitter van de raad van discipline kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten, alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, binnen dertig dagen nadat zij ter kennis van de raad zijn gebracht, bij met redenen omklede beslissing schrif

vereist
Artikel 54 — Van de inschrijving en de beëdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 54 1 Het in de artikelen 46c, tweede lid , 46d, tweede lid , 46f , 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c , 46j , 46l, eerste en derde lid , 46m , 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en