BWBR0002084
Geldig vanaf 1953-06-01
Artikel 7
Pleegkinderenwet
1. Na ontvangst van een kennisgeving, bedoeld in artikel 5, eerste lid, stelt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek in naar het pleegkind en het gezin of de inrichting, waarin het wordt verzorgd en opgevoed.
2. Een onderzoek in het pleeggezin of de inrichting, waarin het kind wordt verzorgd en opgevoed, vindt niet plaats, tenzij er een redelijk vermoeden bestaat, dat er in het pleeggezin of de inrichting misstanden heersen of dreigen te ontstaan.
2. Een onderzoek in het pleeggezin of de inrichting, waarin het kind wordt verzorgd en opgevoed, vindt niet plaats, tenzij er een redelijk vermoeden bestaat, dat er in het pleeggezin of de inrichting misstanden heersen of dreigen te ontstaan.