BWBR0002084
Geldig vanaf 1953-06-01
Artikel 15
Pleegkinderenwet
1. Degenen die de verzorging en opvoeding van een pleegkind op zich hebben genomen gezamenlijk, het hoofd van de inrichting, alsmede zij die het ouderlijk gezag of de voogdij over de minderjarigen uitoefenen, kunnen binnen veertien dagen na betekening van het in het voorgaande artikel bedoelde exploit aan de rechtbank de vernietiging verzoeken van een besluit door de raad voor de kinderbescherming genomen krachtens de artikelen 10, 11of 12, tweede lid. De in het eerste lid van artikel 14bedoelde mededeling vermeldt deze bevoegdheid.
2. Gelijke bevoegdheid hebben degenen die de verzorging en opvoeding van een pleegkind op zich hebben genomen gezamenlijk, alsmede het hoofd van de inrichting bij afwijzing van een verzoek tot intrekking van een besluit van de raad voor de kinderbescherming.
2. Gelijke bevoegdheid hebben degenen die de verzorging en opvoeding van een pleegkind op zich hebben genomen gezamenlijk, alsmede het hoofd van de inrichting bij afwijzing van een verzoek tot intrekking van een besluit van de raad voor de kinderbescherming.