BWBR0002071
Geldig vanaf 1951-04-12
Artikel 6
Besluit tot uitvoering van het vijfde hoofdstuk der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Bij een aanvrage om pensioen ten behoeve van de wettige kinderen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, en tweede lid, der wet worden bovendien overgelegd:
1. de in artikel 4, onder 1 en 2, vermelde stukken, voorzover die niet reeds zijn overgelegd ingevolge het bepaalde in dat artikel;
2. extracten uit het geboortenregister betreffende die kinderen;
3. zo mogelijk een gewaarmerkt afschrift van de akte van benoeming tot en beëdiging als voogd(es) over die kinderen.
1. de in artikel 4, onder 1 en 2, vermelde stukken, voorzover die niet reeds zijn overgelegd ingevolge het bepaalde in dat artikel;
2. extracten uit het geboortenregister betreffende die kinderen;
3. zo mogelijk een gewaarmerkt afschrift van de akte van benoeming tot en beëdiging als voogd(es) over die kinderen.