BWBR0002039
Geldig vanaf 1948-05-15
Artikel 3
Wet nopens de naasting der aandelen in De Nederlandsche Bank N.V.
1. Hem, wiens aandeel ingevolge het bepaalde in artikel 2is genaast, wordt, met inachtneming van de bepalingen dezer wet, een inschrijving verstrekt in het Grootboek der 2½-procents Nationale Schuld, bedoeld in artikel 1 van de Grootboekwet, ten belope van het tweevoud van het nominale bedrag van dat aandeel.
2. De rente van de in het eerste lid bedoelde inschrijving gaat in op de eerste dag na afloop van het laatste boekjaar van De Nederlandsche Bank N.V., voorafgaande aan het tijdstip van het in werking treden van dit artikel, waarover het dividend betaalbaar is gesteld.
3. Onze Minister van Financiën is gemachtigd, ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, inschrijvingen te openen in het Grootboek der 2½-procents Nationale Schuld.
2. De rente van de in het eerste lid bedoelde inschrijving gaat in op de eerste dag na afloop van het laatste boekjaar van De Nederlandsche Bank N.V., voorafgaande aan het tijdstip van het in werking treden van dit artikel, waarover het dividend betaalbaar is gesteld.
3. Onze Minister van Financiën is gemachtigd, ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, inschrijvingen te openen in het Grootboek der 2½-procents Nationale Schuld.