BWBR0002036
Geldig vanaf 1948-02-19
Artikel 4
Besluit ex artikel 13 Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. De artsen brengen zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed rapport uit aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank, ten minste houdende:
a. een nauwkeurige omschrijving van de bij de onderzochte waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken, alsmede van de daardoor veroorzaakte stoornissen en bezwaren;
b. omstandige mededelingen omtrent het ontstaan van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, zowel wat door of vanwege de Stichting 1940-1945 dienaangaande wordt verklaard, als wat de belanghebbende zelf meent te kunnen aanvoeren;
c. beschouwingen omtrent het verband, dat op medische gronden al dan niet geacht kan worden te bestaan tussen de aangegeven oorzaken en de waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken;
d. de mate van invaliditeit, uitgedrukt in percentages van tien of, naar boven afgerond, van veelvouden van tien;
e. een oordeel over de vraag of verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst al dan niet aannemelijk geacht wordt.
2. Bij hun rapport leggen de artsen, desgewenst in gewaarmerkt afschrift, over de stukken, waarvan voor het opmaken van het rapport is gebruik gemaakt.
a. een nauwkeurige omschrijving van de bij de onderzochte waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken, alsmede van de daardoor veroorzaakte stoornissen en bezwaren;
b. omstandige mededelingen omtrent het ontstaan van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, zowel wat door of vanwege de Stichting 1940-1945 dienaangaande wordt verklaard, als wat de belanghebbende zelf meent te kunnen aanvoeren;
c. beschouwingen omtrent het verband, dat op medische gronden al dan niet geacht kan worden te bestaan tussen de aangegeven oorzaken en de waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken;
d. de mate van invaliditeit, uitgedrukt in percentages van tien of, naar boven afgerond, van veelvouden van tien;
e. een oordeel over de vraag of verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst al dan niet aannemelijk geacht wordt.
2. Bij hun rapport leggen de artsen, desgewenst in gewaarmerkt afschrift, over de stukken, waarvan voor het opmaken van het rapport is gebruik gemaakt.