BWBR0002036
Geldig vanaf 1948-02-19
Artikel 2
Besluit ex artikel 13 Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 13 der wet, geschiedt door een geneeskundig adviseur, door de Raad of de Sociale verzekeringsbank aan te wijzen, of diens plaatsvervanger.
2. Op verzoek van de belanghebbende wijst de Raad of de Sociale verzekeringsbank bovendien een andere, door de belanghebbende gekozen arts aan, die het onderzoek bijwoont of de in het eerste lid bedoelde artsen schriftelijk van advies dient.
3. Bij de aanvrage om pensioen voegt de belanghebbende een omschrijving van de omstandigheden, waaronder de verwonding of verminking, of de ziekten of gebreken, naar zijn mening zijn ontstaan, alsmede van de nadelige gevolgen, welke hij daarvan ondervindt, zo mogelijk gestaafd door bewijsstukken.
2. Op verzoek van de belanghebbende wijst de Raad of de Sociale verzekeringsbank bovendien een andere, door de belanghebbende gekozen arts aan, die het onderzoek bijwoont of de in het eerste lid bedoelde artsen schriftelijk van advies dient.
3. Bij de aanvrage om pensioen voegt de belanghebbende een omschrijving van de omstandigheden, waaronder de verwonding of verminking, of de ziekten of gebreken, naar zijn mening zijn ontstaan, alsmede van de nadelige gevolgen, welke hij daarvan ondervindt, zo mogelijk gestaafd door bewijsstukken.