BWBR0002006
Geldig vanaf 1944-09-04
Artikel 9
Besluit Buitengewoon Strafrecht
In afwijking van het bepaalde in artikel 31, eerste lid, van het Wetboek van Strafrechtbepaalt de rechter, wanneer ontzetting van rechten wordt uitgesproken, den duur als volgt:
1°. bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf, voor het leven;
2°. bij veroordeeling tot tijdelijke gevangenisstraf, tot militaire detentie of tot hechtenis, voor een tijd den duur der hoofdstraf ten minste vijf jaren te boven gaande en ten hoogste voor het leven;
3°. bij veroordeeling tot geldboete, voor den tijd van ten minste drie jaren en ten hoogste voor het leven.
1°. bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf, voor het leven;
2°. bij veroordeeling tot tijdelijke gevangenisstraf, tot militaire detentie of tot hechtenis, voor een tijd den duur der hoofdstraf ten minste vijf jaren te boven gaande en ten hoogste voor het leven;
3°. bij veroordeeling tot geldboete, voor den tijd van ten minste drie jaren en ten hoogste voor het leven.