BWBR0002006
Geldig vanaf 1944-09-04
Artikel 26
Besluit Buitengewoon Strafrecht
1. Hij, die gedurende den tijd van den huidigen oorlog opzettelijk een ander blootstelt aan opsporing, vervolging, vrijheidsberooving of -beperking, eenige straf of eenigen maatregel door of vanwege den vijand, diens helpers of een persoon, als in artikel 21bedoeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
2. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren, indien het feit vrijheidsberooving van langer dan een maand ten gevolge heeft gehad.
3. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren, indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad.
4. De schuldige wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien het feit den dood of de vermissing, waaruit redelijkerwijze de dood is af te leiden. ten gevolge heeft gehad.
5. Niet strafbaar is hij, die een feit heeft gepleegd met het oogmerk om aan door Ons gegeven wettelijke voorschriften te beantwoorden of om het algemeen belang te dienen.
2. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren, indien het feit vrijheidsberooving van langer dan een maand ten gevolge heeft gehad.
3. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren, indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad.
4. De schuldige wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien het feit den dood of de vermissing, waaruit redelijkerwijze de dood is af te leiden. ten gevolge heeft gehad.
5. Niet strafbaar is hij, die een feit heeft gepleegd met het oogmerk om aan door Ons gegeven wettelijke voorschriften te beantwoorden of om het algemeen belang te dienen.