BWBR0001990
Geldig vanaf 1938-02-26
Artikel 9
Landbouwuitvoerwet 1938
1. In een Uitvoercontrôlebesluit kan worden bepaald, dat rechtspersonen, welke daarin krachtens het vorige artikel bevoegd zijn verklaard tot het uitreiken van merken, teekenen of bewijsstukken, als bedoeld in artikel 6, en welke aan daartoe in de Algemeene Voorwaarden te stellen regelen voldoen, die merken, teekenen of bewijsstukken slechts mogen uitreiken aan of ten behoeve van bij hen aangeslotenen.
2. De door Onze Minister aangewezen personen, in dienst van een rechtspersoon, als in het voorgaande lid bedoeld, zijn bevoegd, in het belang van de hun opgedragen taak, voertuigen en andere plaatsen, waar voortbrengselen, welke aan de bij of krachtens een besluit, als in het voorgaande lid bedoeld, gestelde eisen moeten voldoen, aanwezig zijn, aan een onderzoek te onderwerpen en monsters te nemen van die voortbrengselen.
3. De houder der voortbrengselen is alsdan verplicht de van hem gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen van die personen en onder hun toezicht te verlenen en, indien gevorderd, de nodige hulpmiddelen en bijstand kosteloos te verstrekken.
4. Wordt aan de in het voorgaande lid vermelde verplichtingen niet voldaan, dan kunnen de in het voorgaande lid bedoelde personen op kosten en risico van de houder in het nodige voorzien.
2. De door Onze Minister aangewezen personen, in dienst van een rechtspersoon, als in het voorgaande lid bedoeld, zijn bevoegd, in het belang van de hun opgedragen taak, voertuigen en andere plaatsen, waar voortbrengselen, welke aan de bij of krachtens een besluit, als in het voorgaande lid bedoeld, gestelde eisen moeten voldoen, aanwezig zijn, aan een onderzoek te onderwerpen en monsters te nemen van die voortbrengselen.
3. De houder der voortbrengselen is alsdan verplicht de van hem gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen van die personen en onder hun toezicht te verlenen en, indien gevorderd, de nodige hulpmiddelen en bijstand kosteloos te verstrekken.
4. Wordt aan de in het voorgaande lid vermelde verplichtingen niet voldaan, dan kunnen de in het voorgaande lid bedoelde personen op kosten en risico van de houder in het nodige voorzien.