BWBR0001990
Geldig vanaf 1938-02-26
Artikel 13
Landbouwuitvoerwet 1938
Het in artikel 2gestelde verbod is niet van toepassing ten aanzien van voortbrengselen, welke:
1°. zich bevinden in spoorwegrijtuigen, in luchtvaartuigen, op schepen of op vlotten en bestemd zijn voor verbruik van de daarin of daarop verblijvende personen;
2°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd ten behoeve van de voorziening in het grensgebied;
3°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd in den vorm van monsters zonder of met geringe handelswaarde;
4°. uit het buitenland afkomstig zijn en, met inachtneming van de met betrekking tot zoodanigen uitvoer door Onzen Minister te stellen voorwaarden, worden ten uitvoer aangeboden of uitgevoerd na hier te lande al dan niet eene bewerking te hebben ondergaan.
1°. zich bevinden in spoorwegrijtuigen, in luchtvaartuigen, op schepen of op vlotten en bestemd zijn voor verbruik van de daarin of daarop verblijvende personen;
2°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd ten behoeve van de voorziening in het grensgebied;
3°. in hoeveelheden, welke een door Onzen Minister vast te stellen maximum niet overschrijden, worden uitgevoerd in den vorm van monsters zonder of met geringe handelswaarde;
4°. uit het buitenland afkomstig zijn en, met inachtneming van de met betrekking tot zoodanigen uitvoer door Onzen Minister te stellen voorwaarden, worden ten uitvoer aangeboden of uitgevoerd na hier te lande al dan niet eene bewerking te hebben ondergaan.